In het kort
- Je uurtarief = (gewenste winst + voorzieningen + kosten) gedeeld door je declarabele uren.
- Reken met ongeveer 1.000 tot 1.200 declarabele uren per jaar bij een fulltime werkweek.
- Neem arbeidsongeschiktheid, pensioen en een buffer mee; je tarief is altijd exclusief btw.
- Toets je berekende minimum aan de markt en herzie je tarief minstens één keer per jaar.
Je uurtarief bepaalt of je als zelfstandige een gezond bedrijf runt of elke maand krap zit. Toch kiezen veel starters een bedrag dat ongeveer goed voelt, of ze kijken wat een ander vraagt. Beter is het om je tarief op te bouwen vanuit je eigen cijfers. Bij het uurtarief zzp berekenen draait alles om drie vragen: wat wil je overhouden, welke kosten maak je en hoeveel uren kun je echt factureren?
In dit artikel reken je stap voor stap je ondergrens uit, met een volledig rekenvoorbeeld op basis van de belastingregels van 2026. Daarna kijk je naar de markt en naar de waarde die je levert, zodat je een tarief kiest dat klopt én verkoopt.
Waarom je je uurtarief als zzp’er niet zomaar kunt vergelijken met een salaris
Een veelgemaakte fout is om je oude uurloon in loondienst als uitgangspunt te nemen. Een werknemer met een bruto maandsalaris van € 3.500 kost de werkgever veel meer dan dat bedrag. Denk aan vakantiegeld, een eventuele dertiende maand, pensioenpremie, doorbetaling bij ziekte, werkgeverslasten en betaalde vakantiedagen.
Als zzp’er regel en betaal je dat allemaal zelf. Daar komt bij dat je niet elk gewerkt uur kunt factureren. Acquisitie, administratie, offertes schrijven en bijscholing horen bij je werk, maar leveren geen omzet op. Een uurtarief dat gelijk is aan je oude uurloon is daarom bijna altijd te laag.
Daarom werk je in deze volgorde:
- Bepaal wat je per jaar als winst nodig hebt.
- Tel je zakelijke kosten en reserveringen op.
- Bereken hoeveel uren je realistisch kunt declareren.
- Deel het totaal door die uren.
- Toets de uitkomst aan de markt.
Stap 1: bepaal je gewenste inkomen en de benodigde winst
Begin bij je privéuitgaven. Wat heb je per maand nodig voor wonen, boodschappen, vervoer, verzekeringen, sparen en leuke dingen? Tel dat op tot een jaarbedrag. Dat is je gewenste netto inkomen.
Vervolgens reken je terug naar de winst vóór belasting. Over je winst betaal je inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). In 2026 is die Zvw-bijdrage voor ondernemers 4,85% over maximaal € 79.409. Daar staan aftrekposten tegenover, zoals de zelfstandigenaftrek (€ 1.200 in 2026, als je aan het urencriterium voldoet) en de MKB-winstvrijstelling van 12,70%.
Hoeveel je precies overhoudt van een bepaalde winst, lees je in ons artikel over bruto netto als zzp’er: wat houd je over van je winst. Als vuistregel: bij een winst van € 50.000 houd je in 2026 ongeveer € 40.500 over na inkomstenbelasting en Zvw-bijdrage, uitgaande van een alleenstaande zonder andere inkomsten en zonder startersaftrek.
Stap 2: tel je zakelijke kosten en reserveringen op
Je omzet moet niet alleen je winst opleveren, maar ook al je kosten dekken. Maak een lijst van alles wat je op jaarbasis uitgeeft aan je bedrijf. Veelvoorkomende posten zijn:
- laptop, telefoon en andere apparatuur (verdeeld over de jaren dat je ze gebruikt);
- software en abonnementen, zoals een boekhoudprogramma en cloudopslag;
- zakelijke verzekeringen, zoals een beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering;
- werkplek, reiskosten en telefoonabonnement;
- opleidingen, vakliteratuur en netwerkevenementen;
- hulp bij je administratie of belastingaangifte;
- marketing, zoals je website en hosting.
Daarnaast zijn er twee privévoorzieningen die je als zelfstandige zelf moet regelen en die je in je tarief moet meenemen: een arbeidsongeschiktheidsvoorziening (een verzekering, een broodfonds of een eigen buffer) en pensioenopbouw. Premies voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en lijfrente zijn onder voorwaarden aftrekbaar in box 1, waardoor de netto last iets lager uitvalt dan het brutobedrag.
Tip: reken ook een buffer van enkele procenten van je omzet voor onverwachte kosten en voor maanden met minder opdrachten. Een tarief zonder marge betekent dat elke tegenvaller direct uit je eigen inkomen komt.

Stap 3: bereken je declarabele uren
Dit is de stap waar de meeste starters zich verrekenen. Een jaar heeft 52 weken, maar je werkt er geen 52. Trek eerst je vakantie, feestdagen en een realistische inschatting van ziekte af. Van de weken die overblijven, is lang niet elk uur declarabel.
| Onderdeel | Weken of uren |
|---|---|
| Weken per jaar | 52 weken |
| Vakantie | min 5 weken |
| Feestdagen | min 1,5 week |
| Ziekte en onvoorzien | min 2 weken |
| Beschikbare werkweken | 43,5 weken |
| Werkuren (40 uur per week) | 1.740 uur |
| Declarabel deel (ongeveer 60%) | circa 1.050 uur |
Het percentage declarabele uren hangt sterk af van je vak. Werk je via langlopende opdrachten bij één opdrachtgever, dan kan het hoger liggen. Heb je veel kleine klussen, dan ben je meer tijd kwijt aan acquisitie, offertes en afstemming en ligt het lager. Ga bij twijfel uit van 1.000 tot 1.200 declarabele uren per jaar bij een fulltime werkweek.
Let op het verschil met het urencriterium van 1.225 uur. Voor dat criterium tellen ook niet-declarabele uren mee, zoals administratie en acquisitie. Voor je uurtarief tellen alleen de uren die je echt aan een klant factureert.
Uurtarief zzp berekenen: een volledig rekenvoorbeeld
Stel, je wilt in 2026 een winst van € 55.000 vóór belasting maken. Je reserveert € 3.600 per jaar voor een arbeidsongeschiktheidsvoorziening en € 4.800 voor pensioen. Je zakelijke kosten schat je op € 8.000 per jaar. Je verwacht 1.050 uur te kunnen declareren.
| Post | Bedrag per jaar |
|---|---|
| Gewenste winst vóór belasting | € 55.000 |
| Arbeidsongeschiktheidsvoorziening | € 3.600 |
| Pensioenopbouw | € 4.800 |
| Zakelijke kosten | € 8.000 |
| Benodigde omzet | € 71.400 |
| Declarabele uren | 1.050 uur |
| Minimaal uurtarief (exclusief btw) | € 68 |
De formule is dus: (gewenste winst + voorzieningen + kosten) gedeeld door declarabele uren. In dit voorbeeld kom je uit op afgerond € 68 per uur. Dat is je ondergrens: daaronder werk je feitelijk voor minder dan je nodig hebt. In de praktijk rond je dit af naar boven, bijvoorbeeld naar € 70 of € 75, zodat je ruimte hebt voor korting bij grotere opdrachten of voor een tegenvallend jaar.
Ben je net gestart en maak je nog gebruik van de startersaftrek (€ 2.123 in 2026), dan betaal je tijdelijk iets minder belasting. Reken daar niet structureel op: de aftrek is tijdelijk en geldt maximaal drie keer in de eerste vijf jaar.
Let op: je uurtarief is altijd exclusief btw. Val je niet onder de kleineondernemersregeling, dan zet je 21% btw (of het verlaagde tarief van 9%, als dat voor jouw dienst geldt) bovenop je tarief. Die btw is niet van jou en draag je af aan de Belastingdienst.
Zzp uurtarief afstemmen op de markt
Met je berekening weet je wat je minimaal moet vragen. De volgende vraag is wat klanten willen betalen. Kijk daarvoor naar:
- Je vakgebied en ervaring. Een specialist met jaren ervaring kan meer vragen dan iemand die net begint.
- Het type opdrachtgever. Grote organisaties hebben vaak andere budgetten dan kleine ondernemers of particulieren.
- Vacatures en opdrachtenaanbod. Opdrachten worden regelmatig met een tariefindicatie aangeboden. Dat geeft een beeld van wat gangbaar is in jouw branche en regio.
- Je collega’s. Vraag in je netwerk wat anderen hanteren. Je hoeft het niet over te nemen, maar het helpt om je positie te bepalen.
Ligt het markttarief duidelijk onder je berekende minimum, dan heb je drie knoppen om aan te draaien: je kosten verlagen, meer declarabele uren maken of je dienst zo specialiseren dat je een hoger tarief kunt rechtvaardigen. Structureel onder je minimum werken is geen optie.
Je tarief speelt bovendien een rol bij de beoordeling of je echt zelfstandig werkt. Sinds 2025 handhaaft de Belastingdienst weer actiever op schijnzelfstandigheid. Een tarief dat duidelijk hoger ligt dan het loon van een werknemer in een vergelijkbare functie past beter bij ondernemerschap dan een tarief dat daar nauwelijks boven zit. Het tarief is daarbij één van de omstandigheden die worden meegewogen, geen doorslaggevende factor.
Uurtarief, dagtarief of projectprijs?
Niet elke opdracht leent zich voor een uurtarief. Je hebt grofweg drie opties:
| Tariefvorm | Geschikt voor | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Uurtarief | Werk waarvan de omvang vooraf onduidelijk is | Je verdient niet meer als je sneller of beter werkt |
| Dagtarief | Opdrachten op locatie of in vaste dagen | Spreek af hoeveel uur een dag is |
| Projectprijs | Goed af te bakenen klussen | Leg de scope vast, anders betaal jij het meerwerk |
Ook bij een dagtarief of projectprijs is je uurtarief de basis. Schat het aantal uren dat je nodig hebt, vermenigvuldig met je uurtarief en tel er een marge voor onvoorziene zaken bij op. Werk je op basis van waarde, bijvoorbeeld omdat je werk een klant aantoonbaar veel oplevert, dan kun je hoger uitkomen dan je berekende uurtarief.
Wanneer verhoog je je uurtarief?
Een uurtarief is geen vast gegeven. Beoordeel het minstens één keer per jaar, bijvoorbeeld rond de jaarwisseling. Goede momenten voor een verhoging zijn:
- als je kosten stijgen door inflatie, duurdere verzekeringen of nieuwe software;
- als belastingregels veranderen, zoals de verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek;
- als je agenda structureel vol zit en je opdrachten moet weigeren;
- als je een specialisatie of certificering hebt afgerond.
Communiceer een tariefverhoging ruim van tevoren, bij voorkeur twee tot drie maanden. Leg kort uit waarom je tarief stijgt en wat de klant ervoor terugkrijgt. Nieuwe klanten bied je direct het nieuwe tarief aan.
Tip: zet in je algemene voorwaarden of offertes dat je tarieven jaarlijks kunnen worden geïndexeerd. Dan is een jaarlijkse aanpassing geen verrassing voor je opdrachtgevers.
Veelgemaakte fouten bij het bepalen van je uurtarief
Tot slot een aantal valkuilen die je wilt vermijden:
- Rekenen met 40 declarabele uren per week. Dat haalt vrijwel niemand een jaar lang vol.
- Vergeten dat btw niet van jou is. Reserveer de btw die je ontvangt direct op een aparte rekening.
- Geen geld opzij zetten voor de inkomstenbelasting. Reserveer een vast percentage van elke betaalde factuur, zodat de aanslag je niet overvalt.
- Arbeidsongeschiktheid en pensioen overslaan. Juist in de eerste jaren laten veel zzp’ers dit liggen, terwijl het later lastig in te halen is.
- Te lang blijven hangen op een starttarief. Een laag tarief om de eerste klanten binnen te halen is begrijpelijk, maar plan wanneer je het verhoogt.
Wie zijn uurtarief zorgvuldig berekent, weet precies wat elke opdracht oplevert en kan met vertrouwen onderhandelen. Neem je eigen cijfers als vertrekpunt, check de markt en herhaal de berekening elk jaar.
Veelgestelde vragen over uurtarief zzp berekenen
Dat verschilt sterk per beroep, ervaring en type opdrachtgever. Een gemiddeld bedrag zegt daarom weinig over jouw situatie. Bereken eerst je eigen minimum op basis van je kosten en declarabele uren en vergelijk dat daarna met wat in jouw vakgebied gangbaar is.
Tussen ondernemers communiceer je je uurtarief meestal exclusief btw. Werk je voor particulieren, dan noem je de prijs inclusief btw. Val je onder de kleineondernemersregeling, dan reken je geen btw.
Bij een fulltime werkweek liggen de declarabele uren vaak tussen de 1.000 en 1.200 per jaar. Dat komt doordat vakantie, feestdagen, ziekte, acquisitie en administratie tijd kosten die je niet aan een klant kunt doorberekenen.
Je mag je tarief verhogen wanneer je wilt, zolang je je houdt aan wat je met lopende opdrachtgevers hebt afgesproken. Veel zzp'ers passen hun tarief één keer per jaar aan en kondigen dat twee tot drie maanden vooraf aan.
Een iets lager tarief kan helpen om je eerste opdrachten binnen te halen, maar ga nooit onder je berekende minimum. Spreek met jezelf af wanneer je het tarief verhoogt, bijvoorbeeld na de eerste drie opdrachten of na een half jaar.



